Marcel Levi bekritiseert het trage tabaksbeleid: jongeren raken verslaafd aan roken en vapen, terwijl strengere maatregelen worden uitgesteld.

Marcel Levi fileert in zijn opiniestuk de redenering van minister Sophie Hermans over roken en vapen. De minister wil geen extra harde maatregelen nemen tegen het gebruik van tabak en e-sigaretten onder jongeren, onder meer omdat handhaving volgens haar niet altijd doelmatig en proportioneel zou zijn wanneer overtredingen op grote schaal voorkomen. Levi draait die redenering om: juist wanneer een schadelijk gedrag veel voorkomt, is dat een reden om steviger op te treden, niet om beleid af te zwakken.

De kern van zijn betoog is dat roken geen gewone individuele keuze is, maar een verslaving met enorme gezondheidsschade. Tabaksgebruik veroorzaakt chronische ziekten, vroegtijdige sterfte en hoge maatschappelijke kosten. Volgens Levi is het daarom onbegrijpelijk dat een minister van Volksgezondheid terughoudend blijft op een dossier waarvan de schade zo goed gedocumenteerd is. Hij plaatst het probleem nadrukkelijk in de sfeer van volksgezondheid, niet in die van vrijblijvende leefstijl.

Levi richt zijn kritiek vooral op de manier waarop jongeren worden benaderd. Roken en vapen onder minderjarigen zouden volgens hem niet moeten worden afgedaan als eigen verantwoordelijkheid. Jongeren zijn juist extra gevoelig voor verslaving, marketing, sociale druk en de aantrekkingskracht van nieuwe nicotineproducten. Als een aanzienlijk deel van de scholieren rookt of vapet, is dat geen argument tegen strengere regels, maar bewijs dat het bestaande beleid tekortschiet.

Ook het argument dat strengere maatregelen zouden leiden tot ontwijkgedrag of grenshandel overtuigt hem niet. Levi wijst erop dat andere landen al verdergaande stappen zetten, zoals beperkingen op wegwerpvapes en strengere verkoopregels. Nederland kan zich daar niet achter verschuilen. Dat maatregelen nooit perfect zijn, betekent niet dat ze nutteloos zijn. In de volksgezondheid gaat het er juist om schade stapsgewijs te verminderen, ook als geen enkele maatregel alles in één keer oplost.

De enige duidelijke maatregel die nog in beeld blijft, het beperken van tabaksverkoop tot speciaalzaken, komt volgens Levi veel te laat. Wanneer een maatregel pas jaren later ingaat, terwijl jongeren nu massaal met nicotineproducten in aanraking komen, is dat volgens hem feitelijk uitstelbeleid. De urgentie van het probleem staat haaks op de traagheid van de politieke reactie.

Onder het opiniestuk ligt een bredere politieke kritiek. Levi ziet in de houding van Hermans een herkenbare VVD-lijn: veel nadruk op individuele verantwoordelijkheid, weinig bereidheid om de tabaks- en nicotine-industrie hard aan te pakken. Hij stelt die logica scherp aan de kaak, omdat zij volgens hem niet past bij een product dat verslavend is, dodelijke schade veroorzaakt en vooral jongeren vroeg aan zich bindt.

De samenvattende boodschap is dat Nederland zich geen halfslachtig tabaksbeleid kan permitteren. Als de overheid werkelijk wil voorkomen dat nieuwe generaties afhankelijk worden van nicotine, dan zijn vrijblijvende adviezen en uitgestelde maatregelen onvoldoende. Levi pleit impliciet voor duidelijker, sneller en strenger beleid: minder verkoopkanalen, krachtiger handhaving, hogere drempels voor jongeren en minder ruimte voor de industrie om verslaving als persoonlijke keuze te verkopen.

0
Deel via