David Vansteenbrugge is algemeen directeur van Kom op tegen Kanker. Hij meent dat een rookverbod de vrijheid van jongeren niet aantast, maar juist beschermt.

Naar aanleiding van een publieke discussie in De Morgen met Frédéric De Gucht, partijvoorzitter van Anders, heeft David Vansteenbrugge onderstaand opiniestuk geschreven. Hij verbaast zich dat hij in deze tijd nog moet uitleggen waarom het géén goed idee is om 14-jarigen te laten roken. En dat nog wel aan een (rokende) voorzitter van een politieke partij.

 

Wie begint met roken, verliest de vrijheid om zelf te kiezen

David Vansteenbrugge is algemeen directeur van Kom op tegen Kanker. Hij meent dat een rookverbod de vrijheid van jongeren niet aantast, maar juist beschermt. Dit artikel is gepubliceerd op 26 augustus 2026 in DeMorgen


In ‘De gedachte’ legde Bart Eeckhout (DM 24/8) terecht bloot wat er wringt aan het voorstel om jongeren vrijer te laten roken. Een rookverbod tast hun vrijheid niet aan, maar beschermt die juist. Want wie begint met roken, verliest wat in dit debat centraal staat: de vrijheid om zelf te kiezen.

Dit debat gaat dan ook over meer dan wat een 14-jarige wel of niet mag. Het gaat over onze verantwoordelijkheid om jongeren te beschermen tegen een product dat snel verslavend is. Vrijheid betekent niet dat we hen aan elk risico blootstellen en hen zelf laten kiezen. Opvoeden betekent ook grenzen stellen wanneer ze de gevolgen nog niet ten volle kunnen overzien. Die verantwoordelijkheid dragen we als samenleving.

Roken herleiden tot een individuele keuze is een drogredenering. En dat weten we. De verantwoordelijkheid ligt niet bij de jongere, maar bij ons. Jongeren maken bovendien hun keuzes niet in een vacuüm. De tabaksindustrie speelt in op trends en verleidt hen met nieuwe producten en smaken. Ook via sociale media, films en series zien jongeren roken en vapen als iets stoers, rebels of aantrekkelijks. Daarnaast worden ze beïnvloed door vrienden en rolmodellen.

We mogen niet verwachten dat jongeren alleen aan al die invloeden weerstaan. Daarom heeft België belangrijke stappen gezet. Speelpleinen, sportterreinen en andere plaatsen waar veel kinderen komen, werden rookvrij. Rond scholen kwamen rookvrije zones. Tabaksproducten verdwenen uit het zicht in winkels en mogen op festivals niet langer worden verkocht. Wie jongeren wil beschermen, moet ook aandacht hebben voor hun omgeving.

Die aanpak werkt. Volgens de VAD-leerlingenbevraging daalde het aandeel leerlingen dat ooit tabak gebruikte van 29,7 procent in 2012-’13 naar 18 procent in 2023-’24. Het regelmatige gebruik daalde van 10,4 naar 4,4 procent. Toch zijn we er niet. Bijna één op de vijf leerlingen gebruikte ooit tabak en 4,4 procent rookt regelmatig. Geen reden om gas terug te nemen, maar om door te gaan.
Roken voorstellen als een vrije keuze is misleidend. De eerste sigaret mag een keuze lijken, maar nicotine is sterk verslavend. Jongeren zijn extra kwetsbaar. Hun hersenen zijn nog niet volgroeid, en nicotine grijpt daar precies op in. Wie dat negeert, laat hen in de steek.

Veel jongeren denken dat ze eenvoudig kunnen stoppen. Totdat ze het proberen en merken dat het verre van vanzelfsprekend is en vaak niet meer lukt. Vrijheid gaat dus niet alleen over ja of nee zeggen tegen de eerste sigaret. Het gaat ook over de omstandigheden waarin die keuze ontstaat en hoeveel keuzevrijheid er eenmaal verslaafd overblijft. Natuurlijk moeten we jongeren weerbaar maken en ruimte geven om vrije keuzes te maken. Maar een beleid dat enkel de verantwoordelijkheid bij de jongeren zelf zou leggen, slaat de bal mis.

De cijfers bewijzen dat verandering mogelijk is. Dankzij volgehouden inspanningen hebben we de voorbije jaren belangrijke vooruitgang geboekt. Dit is geen moment om gas terug te nemen, maar om vol door te zetten. Een rookvrije generatie begint niet bij de wilskracht van een 14-jarige, maar bij onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om jongeren een omgeving te geven waarin gezond opgroeien de vanzelfsprekende keuze wordt.

0
Deel via