Een tabaksschadefonds en prijsregulering kunnen de machtspositie van de tabaksindustrie doorbreken en de samenleving beter beschermen.

In verschillende landen groeit het besef dat de huidige aanpak van tabak tekortschiet. Accijnzen gaan weliswaar omhoog, maar de tabaksindustrie weet met slimme prijsstrategieën telkens weer de pijn te verzachten en haar winsten veilig te stellen. Door goedkope instapmerken, kortingen, kleinere verpakkingen en subtiele prijssturing blijft er altijd een product binnen bereik van jongeren en mensen met een kleine beurs. Onderzoek laat zien dat de industrie accijnsverhogingen niet alleen opvangt, maar vaak gebruikt om de eigen marges nóg verder op te schroeven. De maatregelen die overheden nemen, verliezen daardoor een deel van hun kracht.

In het Verenigd Koninkrijk is daarom een fundamenteel andere benadering ontstaan: een tabaksschadefonds dat wordt gevuld door een ‘polluter pays’-heffing op fabrikanten, gekoppeld aan een prijsplafond dat dubbele winstneming verhindert. Het idee is eenvoudig maar krachtig: laat de industrie meebetalen aan de enorme maatschappelijke schade die door roken ontstaat, terwijl rokers niet nóg verder worden opgezadeld met hogere prijzen dan strikt noodzakelijk is. De opbrengsten van zo’n heffing kunnen worden ingezet voor stoppen-met-rokenzorg, handhaving, preventie en het terugdringen van gezondheidsverschillen.

Gezondheidsorganisaties zoals ASH omarmen dit model nadrukkelijk. Zij benadrukken dat de huidige situatie scheef is: de samenleving draait op voor miljarden aan zorgkosten en productiviteitsverlies, terwijl fabrikanten recordwinsten boeken. Een industrieheffing maakt die verhouding eerlijker en geeft de overheid middelen om rookgedrag structureel terug te dringen.

De belangstelling voor dit model blijft niet beperkt tot het VK. Ook in Nederland groeit de discussie over een tabaksschadefonds dat wordt gefinancierd door de industrie, niet door rokers. Verschillende politieke partijen zien het als een logisch vervolg op accijnsbeleid en het beperken van verkooppunten. De kern van het voorstel is dat de overheid de regie terugpakt over de prijs van tabak, zodat gezondheidswinst centraal staat in plaats van commerciële belangen.

Samen tonen deze ontwikkelingen een duidelijke beweging: het tijdperk waarin de tabaksindustrie de prijsdynamiek kon blijven bepalen, loopt ten einde. Overheden zoeken naar manieren om de industrie verantwoordelijk te maken voor de schade die zij veroorzaakt. Een tabaksschadefonds, gecombineerd met prijsregulering, biedt daarvoor een concreet en toekomstbestendig instrument.

Bronnen