Ondanks hogere accijnzen ontvangt de staat minder tabaksgeld. Verkoop daalt en meer rokers kopen sigaretten over de grens.

De nieuwste cijfers over tabaksaccijns laten een ontwikkeling zien die economisch logisch is, maar politiek gevoelig blijft: hogere heffingen leiden niet automatisch tot hogere inkomsten. Integendeel, de opbrengst uit tabaksaccijns is stevig gedaald tot ongeveer 2,6 miljard euro. Daarmee wordt zichtbaar dat Nederland een fase ingaat waarin ontmoedigingsbeleid zijn eigen fiscale basis begint uit te hollen.

De belangrijkste verklaring is dat er minder sigaretten en andere tabaksproducten in Nederland worden verkocht. Hogere prijzen hebben effect op gedrag. Een deel van de rokers mindert, stopt of stelt aankopen uit. Vooral prijsgevoelige consumenten reageren sterk op forse accijnsverhogingen. Dat is vanuit volksgezondheid precies de bedoeling: tabak duurder maken zodat gebruik afneemt.

Maar dezelfde prijsprikkel heeft een tweede effect. Naarmate het prijsverschil met buurlanden groter wordt, groeit de aantrekkelijkheid van aankopen over de grens. Zeker in grensregio’s kunnen rokers relatief eenvoudig uitwijken naar goedkopere verkooppunten in België, Duitsland of Luxemburg. Die sigaretten worden nog steeds gerookt, maar leveren de Nederlandse schatkist niets op. Daardoor ontstaat een verschil tussen dalende binnenlandse verkoop en het werkelijke rookgedrag.

De discussie maakt duidelijk dat accijnsbeleid twee doelen tegelijk probeert te dienen: gezondheid verbeteren en inkomsten genereren. Op korte termijn kunnen die doelen samengaan, maar naarmate het beleid succesvoller wordt, ontstaat spanning. Minder verkoop betekent immers minder belastingopbrengst. Dat hoeft geen mislukking te zijn, maar vraagt wel om eerlijk begrotingsdenken. Structurele inkomsten uit een product dat je wilt terugdringen zijn per definitie eindig.

Voor de komende jaren betekent dit waarschijnlijk dat tabaksaccijns minder voorspelbaar wordt als inkomstenbron. Verdere verhogingen kunnen nog steeds leiden tot prijsdruk en minder consumptie, maar ook tot meer grensaankopen en verschuivingen naar alternatieven of illegale handel. De kernvraag verschuift daarmee van hoeveel accijns tabak oplevert naar hoe effectief prijsbeleid blijft in een open Europese markt.

Onder de streep laten de cijfers vooral zien dat rookontmoediging economisch merkbaar wordt. Waar tabak vroeger vooral werd gezien als stabiele melkkoe voor de schatkist, verandert het nu in een krimpende fiscale categorie. Dat is beleidsmatig consistent, maar vraagt wel om aanpassing van verwachtingen over toekomstige belastinginkomsten.

Bronnen