De advocaat-generaal van het EU-Hof ziet geen basis om nu al een andere meetmethode te eisen; het Hof beoordeelt later de geldigheid van de huidige norm.

De zaak draait om de vraag of de huidige EU-meetmethode voor teer, nicotine en koolmonoxide (de ISO-methode met geventileerde filters) rechtsgeldig en handhaafbaar is, en of nationale autoriteiten kunnen worden gedwongen een realistischer rookmethode te hanteren, zoals WHO Intense. In zijn conclusie van 4 september 2025 stelt advocaat-generaal Emiliou dat rechtspersonen zoals Rookpreventie Jeugd niet via deze procedure kunnen afdwingen dat autoriteiten meteen een alternatieve meetmethode toepassen. Wel erkent hij dat er serieuze juridische vragen liggen over de status en toereikendheid van de huidige norm en de wijze waarop ISO-standaarden binnen het EU-recht doorwerken. Het Hof onderzoekt daarom wél of de bestaande meetnorm binnen het kader van de Tabaksproductenrichtlijn standhoudt.

Praktisch betekent dit dat de ‘sjoemelsigaret’—sigaretten waarbij ventilatiegaatjes de metingen kunstmatig drukken—voorlopig niet via deze route wordt aangepakt. Voor toezichthouders als de NVWA verandert er op de korte termijn weinig: zij kunnen niet simpelweg overschakelen op WHO Intense louter op basis van dit geding. Tegelijk laat de conclusie de deur open voor een principiële uitspraak van het Hof over de geldigheid en afdwingbaarheid van de huidige norm. Als het Hof later oordeelt dat de norm tekortschiet, kan dat grote gevolgen hebben: van aanpassing van testmethoden tot productwijzigingen (minder of geen filterventilatie) en zwaardere handhaving op TNCO-grenswaarden.

Belangrijk om te benadrukken: de conclusie van een advocaat-generaal is niet bindend. Het Hof doet later uitspraak. Tot die tijd blijft de onzekerheid bestaan—voor gezondheidsorganisaties die snelle aanpassing willen, voor fabrikanten die aan de huidige ISO-norm toetsen, en voor nationale autoriteiten die balanceren tussen EU-kaders, volksgezondheid en uitvoerbaarheid.

Bronnen