GGZ Noord-Holland-Noord heeft een volledig rookvrij beleid ingevoerd voor binnen én buiten. Een overzicht van de relevante juridische kaders en rechterlijke uitspraken.
De rookvrije zorg past binnen landelijke ontwikkelingen zoals het Nationaal Preventieakkoord, de Rookvrije Generatie en wetswijzigingen in de Tabaks- en rookwarenwet. Vanaf 2025 moeten alle GGZ-instellingen rookvrij zijn; andere zorginstellingen volgen uiterlijk 2030. Dit schept een duidelijke richting: roken hoort niet bij een gezonde zorgomgeving.
Het juridisch kader is opgesteld door Linda de Heer, adviseur juridische zaken GGZ NHN. De originele presentatie kunt u hier downloaden.
1. Interne voorbereiding
Tussen 2020 en 2024 onderzocht GGZ Noord-Holland-Noord de praktijk en de knelpunten:
- Dilemma’s tussen autonomie van cliënten en hun gezondheid.
- De positie en bescherming van medewerkers en bezoekers.
- De haalbaarheid van rookvrije buitenruimtes en terreinen.
Deze inventarisatie vormde de basis voor de verdere uitwerking van het rookvrije beleid.
2. Juridisch kader
Het juridische fundament voor rookvrije zorg bestaat uit een samenhang van verschillende wetten en besluiten:
- Tabaks- en rookwarenwet (TRW, art. 10): instellingen zijn verplicht een rookverbod in te stellen, aan te duiden en te handhaven in gebouwen en inrichtingen.
- Tabaks- en rookwarenbesluit (art. 6.2): maakt beperkt uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld voor open lucht of ruimten die echt onder de persoonlijke levenssfeer vallen.
- WGBO / zorgovereenkomst: zorgaanbieders hebben een zorgplicht om een veilige behandel- en zorgomgeving te bieden.
- Arbowet: werkgevers zijn verplicht een veilige en gezonde werkplek voor medewerkers te garanderen, wat in de praktijk betekent dat zij beschermde rookvrije werkplekken moeten organiseren.
Samen geven deze regels zorginstellingen een stevige juridische basis om een strikt rookvrij beleid te voeren.
3. Relevante rechterlijke uitspraken
Verschillende uitspraken van rechtbanken, klachtencommissies en de RSJ geven richting aan wat juridisch toelaatbaar is bij rookvrije zorg:
- Er bestaat geen absolute wettelijke plicht tot een volledig rookverbod in alle situaties buiten, maar instellingen mogen een dergelijk verbod wel opnemen in hun huisregels, mits goed gemotiveerd.
- Roken wordt niet als grondrecht gezien. Het recht op zelfbeschikking wordt begrensd door de gezondheid en lichamelijke integriteit van anderen, zoals medepatiënten en medewerkers.
- In vrijwel alle uitspraken krijgen argumenten rond veiligheid, meeroken, brandveiligheid en werkplekbescherming een zwaarder gewicht dan de wens van een individu om te mogen roken.
- Ruimtes die niet exclusief én voor langere tijd door één cliënt worden gebruikt, worden niet als privéruimte gezien en moeten rookvrij zijn.
- Zelfs wanneer een kamer wél als privéruimte kan worden aangemerkt, kan de Arbowet ertoe leiden dat een rookverbod toch gerechtvaardigd is omdat medewerkers er moeten kunnen werken zonder blootstelling aan tabaksrook.
In de praktijk bieden deze uitspraken stevige ondersteuning voor een strikt rookvrij beleid, zolang het beleid zorgvuldig wordt onderbouwd en duidelijk wordt vastgelegd in huisregels en beleidsteksten.
4. Uiteindelijke beleidskeuze van GGZ Noord-Holland-Noord (2024–2025)
GGZ Noord-Holland-Noord kiest uiteindelijk voor een volledig rookvrij terrein en rookvrije gebouwen, zonder uitzonderingen, voor iedereen:
- Cliënten, medewerkers en bezoekers vallen allemaal onder hetzelfde rookvrije beleid.
- Rookruimtes worden volledig verwijderd.
- Het beleid wordt breed en helder gecommuniceerd binnen de organisatie.
- Er is aandacht voor participatie en er wordt ondersteuning geboden voor stoppen met roken, zodat het beleid niet alleen verbiedt maar ook helpt.
5. Definities voor uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid is het cruciaal om begrippen goed te definiëren, met name het begrip “privéruimte”:
- Een privéruimte is alleen een ruimte die:
- bedoeld en ingericht is om langer dan zes maanden in te verblijven, én
- exclusief door één cliënt wordt gebruikt.
- HIC-kamers zijn geen privéruimtes: ze zijn niet bedoeld als langdurige verblijfplaats en medewerkers moeten er onbelemmerd toegang hebben.
- Buitenruimtes zoals binnentuinen, balkons en terreinen vallen vaak onder de reikwijdte van de organisatie en worden om die reden rookvrij gemaakt, mede omdat daar ook medewerkers werken.
Deze definities zorgen ervoor dat duidelijk is waar een rookverbod verplicht geldt en waar eventueel nog beperkte beleidsruimte bestaat.
6. Roken in cliëntwoningen
Bij zorg in of rond de eigen woning van een cliënt is een onderscheid nodig:
- Woning in eigendom van de cliënt of regulier gehuurd bij een corporatie: de cliënt bepaalt in principe zelf wat er in de woning gebeurt. De zorgaanbieder kan de cliënt wel nadrukkelijk verzoeken om de woning tijdens zorgmomenten zoveel mogelijk rookvrij te maken, in het belang van medewerkers en medebewoners.
- Woning in eigendom van de zorgaanbieder: hier kan het rookvrije beleid contractueel worden vastgelegd, bijvoorbeeld in een verblijfsovereenkomst of huurovereenkomst met zorgcomponent. Dan zijn rookvrije verblijfsruimten onderdeel van de afspraken tussen cliënt en zorgaanbieder.
7. Lessen en tips voor invoering
De presentatie sluit af met een reeks praktische lessen voor andere organisaties die rookvrij willen worden:
- Werk met een duidelijke stip op de horizon: een volledig rookvrije organisatie.
- Begin klein en breid het beleid stap voor stap uit.
- Betrek zowel medewerkers als cliënten actief bij de ontwikkeling en invoering.
- Gebruik de juridische kaders als steun in de rug, niet als bedreiging.
- Als er meerdere locaties zijn, bekijk dan eerst per locatie de specifieke situatie en pas het beleid daarop aan.
- Stel een helder en compleet beleid op vóórdat je het invoert en blijf dat beleid regelmatig actualiseren.
- Wees duidelijk en consequent: maak geen uitzonderingen die het beleid uithollen.
De centrale boodschap is dat rookvrije zorg juridisch goed verdedigbaar én praktisch uitvoerbaar is, mits het beleid zorgvuldig wordt vormgegeven, helder gecommuniceerd en stevig wordt onderbouwd met argumenten rond gezondheid, veiligheid, meeroken en arbeidsomstandigheden. Het gaat uiteindelijk niet om een losstaand verbod, maar om een bewuste keuze voor een gezonde, veilige en gelijkwaardige zorgomgeving voor cliënten, medewerkers en bezoekers.
