Onderzoek toont hoe Philip Morris het supermarktverbod afzwakt met nieuwe tabakszaken en verhitte tabak misleidend als beter alternatief laat aanprijzen.

De recente berichtgeving schetst een scherp beeld van hoe de tabaksindustrie zich heeft aangepast aan het Nederlandse supermarktverbod op tabak. Dat verbod moest het aantal verkooppunten terugdringen en de aanschaf van sigaretten minder vanzelfsprekend maken. In plaats daarvan blijkt een nieuwe verkoopstructuur te zijn ontstaan, waarin tabaksspeciaalzaken snel zijn opgekomen, vaak pal naast of vlak bij supermarkten. Daardoor is de fysieke drempel voor kopers in de praktijk veel minder hoog geworden dan de bedoeling was. Wat op papier een stevige beperking leek, wordt in de dagelijkse werkelijkheid uitgehold door een slimme herverdeling van het aanbod.

Centraal in deze ontwikkeling staat Philip Morris, dat volgens meerdere onderzoeken een belangrijke rol speelt bij de opkomst van deze speciaalzaken. Het bedrijf financiert in veel gevallen verbouwingen of inrichting, ondersteunt ondernemers en verzorgt trainingen voor winkelpersoneel. Daarmee blijft de invloed van de fabrikant niet beperkt tot productlevering, maar reikt die tot de winkelvloer zelf. Juist daar wordt vervolgens een tweede strategie zichtbaar: de actieve promotie van verhitte tabak als aantrekkelijk alternatief voor sigaretten. Verkopers prijzen deze producten aan als schoner, minder schadelijk of zelfs gezonder, en suggereren soms dat gebruikers er fitter van worden of een betere conditie krijgen.

Dat is niet alleen misleidend, maar botst ook rechtstreeks met de regels die zulke gezondheidsclaims verbieden. De berichtgeving laat zien dat deze marketing niet incidenteel is, maar op meerdere plekken terugkomt. Daardoor ontstaat het beeld van een doelbewuste aanpak waarbij strengere regelgeving niet frontaal wordt bestreden, maar via omwegen wordt geneutraliseerd. De verkoop verschuift naar nieuwe kanalen, terwijl het verhaal rond de producten wordt aangepast aan wat juridisch nog net lijkt te passen of daar zelfs overheen gaat. Voor consumenten blijft zo de indruk bestaan dat er een modernere, schonere en minder riskante vorm van tabaksgebruik beschikbaar is.

Tegenover die commerciële boodschap staat de medische en wetenschappelijke werkelijkheid. Verhitte tabaksproducten bevatten weliswaar soms minder van bepaalde schadelijke stoffen dan gewone sigaretten, maar ze zijn daarmee niet veilig. Onderzoek van het RIVM maakt duidelijk dat ook deze producten schadelijk zijn voor hart, bloedvaten en longen en dat het gezondheidsrisico blijft bestaan. Daarmee valt de kern onder de verkooppraatjes weg. Wat naar voren komt, is een industrie die het taalgebruik van gezondheid en innovatie inzet om verslaving in een nieuw jasje te verkopen. De bredere conclusie uit alle artikelen is dan ook dat het huidige tabaksbeleid wel degelijk effect heeft gehad op de formele verkooppunten, maar dat de industrie intussen voldoende ruimte heeft gevonden om dat effect deels teniet te doen. Zolang die ruimte blijft bestaan, zal de strijd niet alleen gaan over minder verkooppunten, maar vooral over de vraag of de overheid bereid is ook de sluiproutes af te snijden.

Bronnen