De WHO waarschuwt dat nicotinezakjes en vapes wereldwijd jongeren lokken met smaken, influencers en zwakke regels.

De internationale discussie over nicotinezakjes, vapes en andere nieuwe nicotineproducten is de afgelopen weken duidelijk verscherpt. Aanleiding is de waarschuwing van de Wereldgezondheidsorganisatie dat nicotinezakjes razendsnel terrein winnen, terwijl de regelgeving in veel landen achterloopt. De producten bevatten geen tabaksblad, maar leveren wel nicotine af en worden vaak verkocht in opvallende smaken, moderne verpakkingen en kleine vormen die makkelijk te verbergen zijn.

Volgens de WHO gaat het niet om een toevallige marktontwikkeling, maar om een bewuste strategie van de tabaks- en nicotine-industrie. Producenten gebruiken sociale media, influencers, muziekfestivals, sportbeelden, lifestylemarketing en jeugdige vormgeving om de producten aantrekkelijk te maken voor jongeren. Juist het imago van schoon, discreet en tabaksvrij maakt nicotinezakjes gevaarlijk als instapproduct.

De waarschuwing past binnen Wereld Niet-Roken Dag 2026, met als thema het ontmaskeren van de aantrekkingskracht van tabaks- en nicotineproducten. De WHO stelt dat nieuwe producten steeds opnieuw worden verpakt als modern alternatief, terwijl de kern hetzelfde blijft: nicotineafhankelijkheid opbouwen en vasthouden. De organisatie roept regeringen daarom op om smaken, reclame, sponsoring, misleidende claims en online promotie stevig aan te pakken.

In Europa is vooral de reguleringskloof onderwerp van debat. Sommige landen beperken nicotinezakjes streng of verbieden ze, terwijl andere landen nog weinig specifieke regels hebben. Dat geeft fabrikanten ruimte om producten grensoverschrijdend te promoten en online te verkopen. Tegelijk is er politieke druk vanuit landen en partijen die nicotinezakjes juist presenteren als minder schadelijk alternatief voor roken, met Zweden als terugkerend voorbeeld.

Die spanning tussen schadebeperking en jeugdpreventie loopt door vrijwel alle berichtgeving heen. Voorstanders van nicotinezakjes wijzen erop dat producten zonder verbranding minder schadelijk zijn dan sigaretten en volwassen rokers kunnen helpen om over te stappen. Tegenstanders waarschuwen dat die redenering niet mag worden gebruikt om nieuwe gebruikers, vooral jongeren, bloot te stellen aan verslavende producten met zoete smaken en agressieve marketing.

Ook buiten Europa groeit de onrust. In Nigeria waarschuwen gezondheidsorganisaties dat de tabaksindustrie ondanks bestaande controlewetten jongeren blijft bereiken. In Bangladesh klinkt de roep om strengere regels voor e-sigaretten en nicotineproducten. In India, Pakistan en Maleisië wordt het thema gekoppeld aan Wereld Niet-Roken Dag en aan zorgen over een nieuwe generatie nicotinegebruikers. De kern is overal hetzelfde: wetgeving die vooral is geschreven voor sigaretten schiet tekort bij producten die digitaal, discreet en smaakgericht worden verkocht.

De discussie laat zien dat nicotinebeleid niet meer alleen over roken gaat. Overheden moeten bepalen hoe zij omgaan met een groeiend pakket aan producten: e-sigaretten, nicotinezakjes, verhitte tabak, synthetische nicotine en andere rookvrije nicotinevormen. Zonder duidelijke regels dreigt een nieuwe markt te ontstaan waarin jongeren opnieuw de commerciële proeftuin worden. De WHO kiest daarom voor een harde lijn: niet wachten tot het gebruik massaal is, maar de aantrekkingskracht nu beperken.

Bronnen