Roken, vapen en snus veroorzaken jaarlijks 26.500 SEH-bezoeken blijkt uit een grote steekproef. Bij nog eens 193.000 speelt nicotine vermoedelijk mee.

In een etmaal in november werd op een groot deel van de Nederlandse spoedeisende hulpen systematisch gevraagd naar nicotinegebruik: sigaretten, vapes, snus en aanverwante producten. Patiënten die medisch stabiel waren en konden meedoen, vulden een korte vragenlijst in. Daarna maakte de behandelend arts bij elke deelnemer een klinische inschatting: speelde nicotinegebruik geen rol, mogelijk/deels, of was het de directe oorzaak van de klacht waarvoor iemand op de SEH belandde?

Die combinatie van patiëntinformatie en artsenoordeel leverde een nuchter maar hard beeld op. Ongeveer één op de vijf SEH-bezoekers in de steekproef gebruikte een nicotineproduct. De grootste groep rookte ‘gewoon’ sigaretten, maar vapes, sigaren/cigarillo’s en andere producten kwamen ook voor, en een deel combineerde meerdere producten. Bij een kleinere maar betekenisvolle groep nicotinegebruikers werden de klachten volledig toegeschreven aan het nicotinegebruik. Het ging in de praktijk vaak om benauwdheid en andere longproblemen, maar ook om klachten waarbij nicotinegebruik volgens artsen regelmatig als mogelijke of gedeeltelijke factor meespeelt, zoals hart- en vaatproblemen, neurologische klachten en infecties.

Vervolgens is die ene studiedag doorvertaald naar een jaar, op basis van het totale aantal SEH-bezoeken in Nederland. Dat levert de headline op waar nu overal over wordt geschreven: naar schatting zijn rond de 26.500 SEH-bezoeken per jaar volledig het gevolg van nicotinegebruik. Daarnaast zou bij nog eens circa 193.000 bezoeken nicotinegebruik waarschijnlijk een rol spelen. De onderzoekers benadrukken dat dit eerder een onderschatting is dan een overschatting, omdat de ernstigste patiënten in acute nood vaak niet konden deelnemen aan de vragenlijst, terwijl juist daar roken en nicotinegebruik vaak een lange schaduw werpen.

De studie laat ook iets anders zien dan alleen aantallen: de spoedzorg is een gemiste kans én een kansrijke plek tegelijk. Patiënten komen binnen op een moment dat de directe gevolgen zichtbaar en voelbaar zijn, en juist dan kan een korte interventie en een warme doorverwijzing naar stoppen-met-rokenzorg verschil maken. Tegelijkertijd onderstreept het onderzoek dat nicotine niet alleen ‘later’ schade doet, maar nú al druk zet op de acute zorg. Daarmee wordt het een beleidsvraagstuk: minder instroom door preventie, minder verleiding en betere stopondersteuning, betekent minder overvolle wachtkamers, minder acute ellende en minder zorgkosten die anders als ‘pech’ worden geboekt.

Bronnen