De schatkist loopt 2,6 miljard aan tabaksaccijns mis volgens de Telegraaf, ingefluisterd door de tabakslobby. Staatssecretaris Heijnen weerspreekt die claim.

De framing rond tabaksaccijnzen is een jaarlijks terugkerende strijd. Tabaksindustrie en aanverwante media verspreiden de boodschap dat de Nederlandse staat door hogere accijnzen jaarlijks 2,6 miljard euro misloopt. Dat cijfer komt uit een door de sector gefinancierde Nationale Smokkel Monitor en een VSK-onderzoek, waarin op basis van aannames over illegale handel en grensinkopen een forse inkomstenderving wordt geconstrueerd.

De Telegraaf zet deze lobbycijfers prominent neer, met de kop dat de schatkist dit jaar 2,6 miljard euro misloopt doordat Nederlanders massaal tabak in het buitenland kopen. Het stuk koppelt de sterke accijnsstijgingen rechtstreeks aan een “vlucht” naar buitenlandse aankopen en wekt de indruk dat het accijnsbeleid financieel mislukt is. Andere media, zoals De Limburger, nemen het frame over door nadruk te leggen op grote prijsverschillen en begrijpelijke grensinkopen, zonder de herkomst en beperkingen van de 2,6-miljardberekening stevig te bevragen.

De reactie van staatssecretaris Heijnen komt in haar brief over het Belastingplan 2026. Op vragen uit de Kamer naar aanleiding van de Telegraaf-kop licht zij toe dat de 2,6 miljard is afgeleid uit Empty Pack Surveys, waarin is gekeken welk deel van de geraapte sigarettenpakjes geen Nederlandse accijnszegel heeft. In 2024 was dat 45,1 procent, tegen 25 procent een jaar eerder. Dat aandeel bestaat uit verschillende categorieën: namaaksigaretten, “illicit whites”, duty-free en sigaretten waarop in een ander EU-land al accijns is betaald. Heijnen erkent dat illegale en grensoverschrijdende stromen zijn toegenomen en dat er een positieve correlatie is tussen hogere accijnzen en illegale sigaretten, maar wijst ook op RIVM-onderzoek waaruit blijkt dat het aantal rokers na accijnsverhogingen daadwerkelijk daalt.

Cruciaal is dat Heijnen de 2,6 miljard bestempelt als een hypothetisch bedrag, niet als daadwerkelijk misgelopen inkomsten. Ze rekent voor dat je alleen tot zo’n bedrag komt als je veronderstelt dat álle nu niet-veraccijnsde sigaretten volledig in de Nederlandse heffing zouden vallen én dat alle tabaksaccijns uit sigaretten komt. In de praktijk kun je geen accijns heffen op illegale producten, en sigaretten die legaal in het buitenland zijn gekocht voor eigen gebruik vallen onder het vrije verkeer van goederen in de EU. Bovendien is het nooit de beleidsverwachting geweest dat over elke in Nederland geconsumeerde sigaret Nederlandse accijns wordt afgedragen. Daarom concludeert zij dat van “misgelopen” opbrengsten geen sprake is.

Daar komt bij dat de Nationale Smokkel Monitor een instrument van de tabakssector is. De exacte rekenwijze achter de 2,6-miljardclaim is het kabinet niet bekend, en gebruik van deze cijfers zou botsen met het WHO-kaderverdrag, dat overheden verplicht afstand te houden tot de tabaksindustrie bij het maken van beleid. Heijnen geeft nadrukkelijk aan uitsluitend te willen sturen op cijfers van onafhankelijke partijen zoals RIVM en douaneonderzoek.

De Telegraaf-kop gaat dus rechtstreeks terug op de door de industrie gefinancierde Smokkelmonitor. Een van de redenen waarom Heijnen die interpretatie expliciet van de hand wijst. Het is een regelmatig terugkerend fenomeen dat de tabaksbranche met verhalen over gemiste accijnsinkomsten komt en vooral onrust probeert te zaaien en politieke druk wil zetten tegen accijnsverhogingen. De echte zorg van de industrie zijn de eigen winstmarges; accijnsverhogingen drukken de verkoop, zeker onder jongeren, en dat is precies de bedoeling van het beleid.

Het geheel laat een bekend patroon zien: een door de industrie gefinancierd rapport lanceert een fors, mediageniek bedrag; een landelijke krant zet dat bedrag zonder veel nuancering op de voorpagina; andere media haken in met verhalen over “weglopende rokers” en “vlucht naar het buitenland”; en vervolgens moet de staatssecretaris in een technische Kamerbrief uitleggen waarom de cijfers misleidend zijn en het beleid juist breder moet worden beoordeeld, inclusief gezondheidswinst. In dat licht is de conclusie helder: er is geen bewijs dat de staat werkelijk 2,6 miljard euro aan tabaksaccijns misloopt; wél is er stevig bewijs dat hogere accijnzen het rookgedrag terugdringen, ook als een deel van de consumptie verschuift naar illegale of buitenlandse kanalen.

Bronnen