Invallen in winkels en woningen tonen hoe hardnekkig de handel in illegale vapes en sigaretten blijft, ondanks verboden, boetes en sluitingen.

De berichten van de afgelopen weken laten een patroon zien dat inmiddels moeilijk nog als incident kan worden weggezet. In verschillende Nederlandse en Belgische plaatsen duiken opnieuw illegale vapes, sigaretten, waterpijptabak en snus op in nachtwinkels, woningen en andere verkooppunten. Soms gaat het om gerichte controles na signalen over jonge klanten, soms om bredere handhavingsacties van gemeente, douane, NVWA of politie. De uitkomst is telkens vergelijkbaar: verboden producten liggen nog gewoon op voorraad, klaar voor verkoop, ondanks eerdere aanscherpingen van de regels.

Wat deze zaken verbindt, is niet alleen de aard van de producten, maar ook de hardnekkigheid van het verdienmodel. De Nederlandse smaakjesban voor vapes en de strengere regels rond zichtbaarheid, online verkoop en leeftijdsgrenzen hebben de handel niet doen verdwijnen. Die is vooral verschoven. Producten liggen achter toonbanken, in opslagruimtes, in woningen of in kleine winkels waar toezicht lastiger is. De lokale vondsten in Uden, Wervershoof en Den Hoorn sluiten daardoor direct aan op de bredere landelijke signalen dat honderden verkooppunten ondanks waarschuwingen en boetes blijven doorgaan.

De overheid lijkt dat inmiddels ook te erkennen. De discussie is verschoven van de vraag óf de regels streng genoeg zijn naar de vraag waarom de handhaving onvoldoende afschrikt. Boetes blijken voor een deel van de verkopers vooral een bedrijfsrisico. Dat verklaart waarom het kabinet nu inzet op hogere sancties en zelfs een verbod op bezit van illegale vapes. Daarmee wordt duidelijk dat de overheid niet langer alleen de verkoop wil raken, maar de hele keten van opslag, distributie en beschikbaarheid wil doorbreken. De inzet is niet beperkt tot volksgezondheid, maar raakt ook ordehandhaving en het terugdringen van een zwarte markt die zich snel aanpast.

Opvallend is dat lokale handhaving steeds concreter wordt. Gemeenten sluiten winkels tijdelijk, producten worden direct in beslag genomen en controleacties worden zichtbaar naar buiten gebracht. Dat heeft twee functies. Het is een directe ingreep tegen de handel zelf, maar ook een publiek signaal dat handhavers het probleem niet meer als marginaal beschouwen. Zeker waar jonge klanten in beeld komen, krijgt de aanpak een extra politieke lading. De verkoop van illegale vapes wordt dan niet alleen een overtreding van productregels, maar ook een doelbewuste blootstelling van minderjarigen aan verslavende nicotineproducten.

Tegelijk maakt de berichtgeving duidelijk dat er nog veel onduidelijkheid leeft over wat precies illegaal is en wat dat voor consumenten betekent. Dat geldt voor smaakjesvapes, voorraden in winkels, snus en waterpijptabak, maar ook voor de vraag of bezit van verboden producten strafbaar is. Die verwarring helpt de handhaving niet. Zolang producten in het zicht of via informele netwerken verkrijgbaar blijven, ontstaat makkelijk de indruk dat het verbod in de praktijk poreus is. Dat ondermijnt de geloofwaardigheid van het beleid.

Per saldo tekenen deze berichten een weinig flatterend beeld van de huidige situatie. De regels zijn aangescherpt, de maatschappelijke zorg is groot en de handhaving wordt zwaarder, maar de illegale handel is duidelijk nog niet gebroken. Integendeel: de vele lokale vondsten laten juist zien hoe breed die handel zich heeft verspreid. Dat maakt de kwestie groter dan losse invallen of enkele ondernemingen. Het gaat om een structureel probleem waarin volksgezondheid, toezicht en georganiseerde ontwijking van regels steeds vaker samenkomen.

Bronnen