Column Noks Nauta | Een koolmeesje verzamelt peuken voor zijn nestje en raakt door het roken verslaafd aan sigaretten, helaas kunnen ook vogeltjes ziek worden van roken.
Er zijn in Nederland circa 1,2 miljoen mensen met astma, COPD, long- en luchtwegallergieën of vergelijkbare gevoeligheden. Zij worden bij het ongewenst meeroken vaak benauwd en ervaren dus gezondheidsklachten. Mevrouw Noks Nauta is een van die mensen. Zij maakt regelmatig mee dat rokers en mensen om hen heen dit niet begrijpen.
Er was eens een koolmeesje, zo’n leuk geel vogeltje met een zwarte kop. Hij kon net als de andere koolmeesjes van december tot en met mei het echte koolmeesgeluid laten horen, een hoge klank, als een soort sirene. Hij hield ervan zijn geluid te laten horen en de andere koolmeesjes luisterden ook vaak naar hem.
Zijn ouders zagen dat dit koolmeesje wel een beetje eigenwijs was en ze hielden hun hart vast. Van al hun kinderen was deze altijd op zoek naar nieuwe avonturen. Zo ging hij bijvoorbeeld vaak bovenop een trein mee naar verre oorden, waar hij anders nooit heen zou gaan. Hij kwam tot nu toe altijd weer veilig terug, maar toch, ze vonden het wel eng. Hun andere kinderen hadden dat nooit gedaan.
Toen het tijd werd om zelf een nestje te gaan bouwen, zag het koolmeesje op straat een wit stokje liggen. Hij nam het mee voor in het nest en onder het vliegen rook hij een bijzondere geur. Hij werd er een beetje high van, lekker! Zijn moeder zag het en waarschuwde hem nog: laat het liggen, begin er niet aan! Maar het koolmeesje zette door en nam het stokje mee naar het nest. Daar bouwde hij het in zodat het nest lekker stevig werd. Hij had ook gehoord dat die stokjes goed waren tegen parasieten. Mussen deden het ook. Toen de zon hoog aan de hemel stond en op het nest scheen, raakte het witte stokje in brand en het koolmeesje deed zoals hij mensen had zien doen. Hij ademde de lucht in via zijn snavel. Vanaf dat moment was hij verslaafd. Overal waar hij zo’n wit stokje zag, nam hij het vanaf nu mee. Hij had er een hele voorraad van in een holletje in de muur gestopt.
Maar het ging al snel niet goed met het koolmeesje. Hij begon rare geluiden te maken en zijn echte koolmeesjesgeluid klonk niet meer helder. Op een kwade dag was hij zo benauwd dat de vogelambulance hem halfdood opraapte en meenam naar het vogelziekenhuis. Daar zagen dokter Raaf en dokter Merel hem. Dokter Raaf, die hem onderzocht, wist het meteen. Hij was heel streng: “Die witte stokjes, dat zijn sigaretten en die zijn heel slecht voor je. Bij mensen zorgen ze voor veel ziektes en vroege overlijdens. Bij koolmeesjes die kleiner zijn dan mensen, doen ze dat natuurlijk nog veel sterker. Als je zo doorgaat, loopt het snel heel slecht met je af! En wat een slecht voorbeeld ben jij voor alle koolmeesjes die nog geboren gaan worden!” Koolmeesje schrok echt en wilde niets liever dan beter worden. Hij zou stoppen met de witte stokjes. En zijn voorraad snel opruimen.
Dokter Merel die ernaast stond zei: “Als je wilt, kan ik je wel zangles gaan geven! En wil jij mij dan vertellen van die treinreizen van je?” Koolmeesje bloosde en zei: “Heel graag!” Koolmeesje heeft nooit meer een sigaret aangeraakt.
PS: Mussen en andere stadsvogels gebruiken vaak sigarettenpeuken als nestmateriaal. De slimme stadsvogels die de peuken als isolatiemateriaal in hun nest plaatsen, hebben namelijk voordeel van de peuken. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat vogels in peuken-nesten veel minder last hebben van parasieten.
