De Geneefse rechter vernietigt het kantonnale verkoopverbod op wegwerpvapes. Volgens de rechtbank ligt die bevoegdheid nu bij de federale overheid.

In Genève is het kantonnale verbod op de verkoop van wegwerpvapes juridisch onderuitgegaan. De constitutionele kamer van het Geneefse Hof van Justitie gaf vier verenigingen en bedrijven uit de tabakshandel gelijk en vernietigde de wettelijke bepaling waarmee de verkoop van deze elektronische wegwerpsigaretten werd verboden.

De kern van de uitspraak is niet dat wegwerpvapes onschuldig zouden zijn, maar dat Genève volgens de rechter niet meer bevoegd is om dit zelfstandig te regelen. Door de federale wetgeving rond tabaksproducten en elektronische sigaretten ligt de bevoegdheid om puffs te verbieden bij de Zwitserse Confederatie. Een kantonaal verbod zou daardoor botsen met het grondwettelijke beginsel dat federaal recht voorrang heeft.

Dat levert een opvallende bestuurlijke paradox op. Genève nam juist het voortouw omdat puffs populair zijn bij jongeren en tegelijk zorgen voor extra afval en milieuschade. Het kanton wilde snel ingrijpen, maar doordat er inmiddels federaal aan een verbod wordt gewerkt, wordt het lokale initiatief juridisch kwetsbaar. De federale procedure is in 2025 op gang gekomen, nadat het parlement een motie voor een verbod had aangenomen, maar de uitwerking is nog niet afgerond.

De uitspraak betekent dat de Geneefse regeling voorlopig niet overeind blijft, tenzij een hogere rechter alsnog anders beslist. De beslissing kan worden aangevochten bij het Zwitserse federale gerechtshof. Daarmee verschuift de strijd van de kantonnale politiek naar de vraag wie in Zwitserland uiteindelijk bevoegd is om dit type nicotineproducten van de markt te halen.

Ook andere kantons kijken scherp naar de gevolgen. In Wallis geldt al een verbod op de verkoop van puffs, terwijl ook in Vaud, Jura en enkele Duitstalige kantons vergelijkbare stappen zijn gezet of voorbereid. De Geneefse uitspraak roept de vraag op of die kantonnale verboden juridisch houdbaar blijven zolang de federale regeling nog niet definitief is.

Consumenten- en gezondheidsorganisaties waarschuwen dat de juridische vertraging de bescherming van jongeren en milieu ondermijnt. Zij zien puffs als producten die door smaakjes, felle kleuren, lage instapprijs en wegwerpkarakter aantrekkelijk zijn voor jongeren. De procedurele impasse kan ertoe leiden dat een breed politiek gedragen verbod pas na jaren effectief wordt.

Tegelijk laat de zaak zien hoe de tabaks- en vapehandel regulering kan vertragen via juridische procedures. De vraag is nu of Bern snel genoeg komt met een duidelijke landelijke regeling. Zolang dat niet gebeurt, ontstaat een versnipperd landschap waarin sommige kantons willen ingrijpen, maar hun bevoegdheid onzeker is.

Bronnen