Nieuw Trimbos-onderzoek laat zien dat Europese stoplijnen nieuwe nicotineproducten meestal behandelen als gewone nicotineverslaving.

Het Trimbos-onderzoek beschrijft hoe Europese stoplijnen omgaan met de snelle opkomst van vapes, verhitte tabaksproducten en nicotinezakjes. De kern is helder: de meeste deelnemende stoplijnen maken in hun begeleiding geen principieel onderscheid tussen verslaving aan sigaretten en verslaving aan andere nicotineproducten. Zij redeneren dat de verslavende stof dezelfde is en dat ook de onderliggende psychologische en lichamelijke mechanismen grotendeels overeenkomen.

Daardoor kiezen zij meestal voor een pragmatische aanpak waarin gedragsmatige ondersteuning, begeleiding bij stoppogingen en waar passend nicotinevervanging of medicatie worden ingezet, ongeacht de manier waarop nicotine wordt toegediend. Tegelijk maakt het rapport duidelijk dat dit vooral gebeurt bij gebrek aan aparte, breed gedragen richtlijnen voor nieuwe nicotineproducten. Slechts een kleine minderheid beschikt over een specifieke nationale richtlijn of een eigen protocol. De meeste stoplijnen improviseren dus niet, maar passen bestaande stopmethoden toe op een nieuwe markt die sneller verandert dan beleid en wetenschap kunnen bijhouden.

Het onderzoek laat ook zien dat de rol van stoplijnen breder wordt. Ze beantwoorden niet alleen vragen van rokers, maar ook van mensen die willen stoppen met vapen of nicotinezakjes gebruiken. Daarnaast ontwikkelen ze nieuw voorlichtingsmateriaal, trainen ze professionals en proberen ze beter aan te sluiten op jongeren, anderstaligen en andere groepen die moeilijker bereikbaar zijn. Tegelijk blijven er duidelijke beperkingen. Niet alle landen registreren vragen over nieuwe nicotineproducten apart, het aantal meldingen verschilt sterk per land en veel ondersteuning is nog altijd vooral ingericht rond traditioneel roken.

De algemene lijn is daarom dat Europese stoplijnen zich wel aanpassen aan het veranderende nicotinelandschap, maar dat de wetenschappelijke en beleidsmatige basis nog achterloopt. Het rapport is daarmee vooral een momentopname van een veld in overgang: de praktijk beweegt al, maar de standaardisering en specifieke kennis over stoppen met nieuwe nicotineproducten lopen daar nog niet volledig in mee.

Bronnen