Duitsland wil de tabaksaccijns al in 2026 verhogen. Sigaretten, shag en verhitte tabak worden duurder, met scherpe kritiek op de aanpak.

In Duitsland ligt een forse verhoging van de tabaksbelasting op tafel. De maatregel moet al in 2026 ingaan en komt bovenop de laatste stap van de bestaande belastingverhogingen die per 1 januari 2026 van kracht werd. Volgens de berichtgeving wil de regering de accijns in meerdere stappen verhogen, waardoor vooral sigaretten van bekende merken snel richting of boven de grens van tien euro per pakje gaan.

De verhoging wordt niet alleen gepresenteerd als gezondheidsmaatregel, maar ook als begrotingsinstrument. De extra inkomsten moeten helpen om andere lastenverlichtingen of gaten in de overheidsfinanciën te dekken. Daarmee ontstaat direct politieke spanning: hogere tabaksprijzen kunnen roken ontmoedigen, maar de maatregel raakt vooral mensen met lagere inkomens, omdat roken in die groepen vaker voorkomt en accijnzen relatief zwaar drukken.

De precieze cijfers verschillen per bericht. Sommige media spreken over een verhoging van ruim twintig procent in twee stappen, andere over een gemiddelde stijging van bijna dertien procent vanaf september 2026, gevolgd door verdere verhogingen in 2027 en later. In alle scenario’s worden sigaretten, shag en verhitte tabak duurder. Voor een gemiddeld pakje sigaretten wordt gesproken over een stijging van ongeveer 7,76 euro naar 8,90 euro in september en 9,48 euro begin 2027. Duurdere merken zouden al eerder boven tien euro kunnen uitkomen.

De tabaksbranche waarschuwt voor een groeiende zwarte markt en meer aankopen in buurlanden. Dat argument wordt telkens opnieuw gebruikt bij accijnsverhogingen: hogere prijzen zouden de legale verkoop onder druk zetten en smokkel aantrekkelijker maken. Tegelijk wijzen gezondheidsorganisaties erop dat prijsverhogingen juist een van de effectiefste manieren zijn om het aantal rokers te verlagen, vooral onder jongeren en prijsgevoelige groepen.

De discussie draait daardoor om meer dan alleen de prijs van een pakje sigaretten. Het gaat ook om de vraag of belastingbeleid vooral moet dienen om roken terug te dringen, om de staatskas te vullen, of om beide tegelijk. Als de regering de opbrengsten expliciet gebruikt voor algemene lastenverlichting, wordt het gezondheidsargument minder zuiver. Dan ontstaat het risico dat een verslavend product wordt ingezet als financieringsbron, terwijl de zwaarste rekening bij rokers met lagere inkomens terechtkomt.

Bronnen