Nieuwe inzichten tonen dat dementierisico al vroeg in het leven ontstaat. Preventie moet daarom niet pas op oudere leeftijd beginnen.

Dementie wordt vaak gezien als een ouderdomsziekte die pas op latere leeftijd begint. Nieuw onderzoek en recente wetenschappelijke duiding zetten dat beeld onder druk. De wortels van dementie lijken veel eerder te liggen: in de jeugd, mogelijk zelfs al vóór de geboorte, wanneer het brein zich ontwikkelt en kwetsbaar is voor invloeden van buitenaf.

Dat betekent niet dat dementie bij de geboorte vaststaat. Het betekent wel dat hersengezondheid zich over een heel leven opbouwt. Prenatale omstandigheden, jeugdontwikkeling, onderwijs, leefstijl, gezondheid en omgeving kunnen samen bepalen hoeveel reserve het brein later heeft. Wie met minder hersenreserve begint of jarenlang aan schadelijke factoren wordt blootgesteld, kan op oudere leeftijd kwetsbaarder zijn voor cognitieve achteruitgang.

Onderzoekers wijzen erop dat sommige verschillen in denkvermogen op oudere leeftijd al veel eerder zichtbaar zijn. Langlopende studies laten zien dat cognitieve prestaties op jonge leeftijd verband houden met cognitieve prestaties op latere leeftijd. Achteruitgang bij ouderen is dus niet altijd alleen het gevolg van versnelde aftakeling; soms bouwen verschillen uit de jeugd zich tientallen jaren later door.

Daar komt bij dat veel bekende risicofactoren voor dementie al vroeg ontstaan. Roken, overmatig alcoholgebruik, weinig beweging, obesitas, hoge bloeddruk, sociale isolatie en depressie beginnen vaak niet pas op middelbare leeftijd. Gewoonten en gezondheidsproblemen worden vaak in de tienerjaren of jongvolwassenheid gevormd en kunnen vervolgens decennialang doorwerken.

Ook omgevingsfactoren tellen mee. Luchtvervuiling, hersenletsel, gehoorverlies, slecht zicht en beperkte toegang tot onderwijs en zorg worden steeds vaker genoemd als factoren die later het risico op dementie kunnen verhogen. Daardoor is dementiepreventie niet alleen een individuele opdracht, maar ook een maatschappelijk vraagstuk. Gezonde hersenen vragen om gezonde leefomstandigheden, goede preventie en beleid dat jongeren vroeg bereikt.

De nieuwe benadering verschuift de nadruk van laat ingrijpen naar vroeg voorkomen. Als neurodegeneratie eenmaal ver gevorderd is, zijn leefstijlaanpassingen of behandelingen vaak minder effectief. Daarom pleiten onderzoekers voor een levensloopbenadering: beschermen van het brein vanaf zwangerschap en jeugd, versterken van gezonde gewoonten in jongvolwassenheid en blijven ingrijpen op bekende risicofactoren op middelbare en oudere leeftijd.

Voor de volksgezondheid is dat een belangrijke koerswijziging. Dementiepreventie hoort niet alleen thuis bij ouderenbeleid, maar ook bij jeugdbeleid, onderwijs, armoedebestrijding, luchtkwaliteit, rookpreventie, alcoholbeleid en beweegbeleid. Juist omdat dementie niet één oorzaak heeft, is er geen eenvoudige oplossing. Maar de conclusie is helder: wie pas begint met preventie als het geheugen achteruitgaat, is waarschijnlijk te laat.

Bronnen