Bij de start van COP11 in Genève botsen ngo’s, regeringen, industrie en harm-reduction-lobby’s over strengere maatregelen tegen tabak, nicotineproducten en filters.

COP11 staat voor de elfde Conferentie van de Partijen (Conference of the Parties). COP11 is de wereldwijde top waar landen bijeenkomen om nieuwe regels, verplichtingen en afspraken te maken over tabaksontmoediging en nicotinebeleid.

Het is het hoogste besluitvormende orgaan van het internationale antirookverdrag dat in 2005 in werking trad en inmiddels door ruim 180 landen is geratificeerd. De COP11 vindt plaats op 17 t/m 22 november 2025 in het Geneva International Conference Center (CICG) in Genève, Zwitserland.

Op de agenda staat:

  • strengere maatregelen tegen roken en nicotineverslaving
  • regulering van e-sigaretten, vapes en nieuwe nicotineproducten
  • een mogelijk wereldwijd filterverbod (wegwerpfilters als plastic afval)
  • het bestrijden van illegale tabakshandel
  • bescherming van tabaksbeleid tegen lobby en beïnvloeding (artikel 5.3 FCTC)
  • producentenaansprakelijkheid voor gezondheidsschade en milieu-impact
  • rookvrije omgevingen, smaakverboden, accijnzen en reclamebeperkingen

Op de COP11 zijn alle landen vertegenwoordigt die het FCTC-verdrag hebben ondertekend. De tabaksindustrie mag niet deelnemen (vanwege artikel 5.3), maar probeert via andere routes wel invloed uit te oefenen. De COP11 is belangrijk omdat hier de internationale koers wordt bepaald voor het tabaks- én nicotinebeleid van de komende jaren. Veel landen baseren hun nationale wetgeving op deze besluiten. Voor gezondheidsorganisaties is COP11 dé plek om door te drukken richting een rookvrije generatie; voor de tabaksindustrie is het een moment om maatregelen af te zwakken.

De COP11 in Genève groeit uit tot een mondiale krachtmeting over de toekomstige koers van het tabaks- en nicotinebeleid. Aan de ene kant staan WHO, gezondheids-ngo’s en wetenschappelijke verenigingen die pleiten voor een harde versnelling: hogere accijnzen, strengere reclameverboden, rookvrije omgevingen, stevige regulering van nieuwe nicotineproducten en een verbod op vervuilende filters. Aan de andere kant positioneren zich harm-reduction-voorstanders, tabaksbedrijven, boerenorganisaties en aan hen gelieerde media die waarschuwen voor economische schade en beweren dat het WHO-verdrag innovatie en “veiligere” alternatieven afremt.

Geneva International Conference Center (CICG) in Genève, Zwitserland

Uit de stukken van WHO, ASH, ERS, Health Policy Watch en Tobacco-Free Kids komt een duidelijk beeld naar voren: COP11 moet niet alleen de klassieke FCTC-maatregelen aanscherpen, maar ook expliciet de nicotineverslaving zelf aanpakken, vooral bij jongeren. De brede beschikbaarheid en agressieve marketing van e-sigaretten, vapes, verhitte producten en nicotinezakjes worden genoemd als drijvende kracht achter een nieuwe golf van afhankelijkheid. Tegelijkertijd groeit de aandacht voor milieu-schade: filters als plastic afval, sigarettenpeuken als grootste enkele zwerfvuilstroom en toenemende druk om filters simpelweg te verbieden en producenten financieel aansprakelijk te maken voor de opgeruimde troep.

In Europa ligt de zaak extra gevoelig. Euractiv en EU Reporter laten zien hoe de EU intern verdeeld is over filterverboden, smaakverboden en de regulering van nieuwe nicotineproducten. Uitgelekte conceptposities met scherpe voorstellen zijn “verzacht” onder druk van lidstaten met sterke tabaks- of boerenbelangen. Anti-rook-ngo’s verwijten Brussel besluiteloosheid, terwijl de industrie en harm-reduction-kampen juist waarschuwen voor overregulering. Het gevolg is dat de EU mogelijk zonder duidelijke, ambitieuze stem aan de filterdiscussie in Genève deelneemt, precies op het moment dat andere regio’s versoepeling of aanscherping proberen te blokkeren dan wel af te dwingen.

Een tweede duidelijke lijn in de artikelen is de rol van de industrie-lobby en haar bondgenoten. Tobacco Tactics documenteert hoe grote tabaksconcerns via boerenorganisaties, economische argumenten en “stakeholderdialogen” proberen invloed te krijgen op nationale COP-posities. In Brazilië en Polen worden boeren gemobiliseerd tegen vermeende bedreigingen voor hun bestaan; in Nigeria waarschuwen gezondheidsorganisaties hun delegatie expliciet om geen industrievertegenwoordigers of frontgroepen in te lijven. Tobacco-Free Kids en andere ngo’s zetten dit neer als klassieke strategie: zichzelf presenteren als partner in “harm reduction”, terwijl men in de praktijk roken wereldwijd blijft promoten en ieder effectief beleid probeert af te zwakken.

Daar tegenover staat een groeiende groep harm-reduction-voorstanders, vooral zichtbaar in media uit de Filipijnen en India. Zij claimen dat de FCTC “van koers raakt” door alternatieve nicotineproducten vooral als probleem te framen. Artikelen in onder meer Journal News en Manila Standard pleiten ervoor dat COP11 expliciet erkent dat vapes en andere niet-brandbare producten minder schadelijk kunnen zijn dan sigaretten en daarom een rol moeten krijgen in strategieën om roken uit te faseren. Kritische stukken en persberichten beschuldigen WHO ervan innovators te blokkeren en daarmee rokers vast te zetten in het meest schadelijke product: de conventionele sigaret.

Een derde terugkerend thema is de positie van landen in Azië en Afrika. Bangladesh, India, Pakistan, de Filipijnen, Nigeria en de ASEAN-regio worden in meerdere stukken uitgelicht. Pro-gezondheidsstemmen benadrukken dat deze landen het grootste deel van de wereldwijde tabaksziektelast dragen, maar ook enorme winst kunnen boeken: miljoenen vermijdbare sterfgevallen in India, sterke dalingen in Bangladesh en kansen om een rookvrije generatie te realiseren als men nu doorpakt. Tegelijkertijd spelen daar economische zorgen om boeren en tabaksarbeid, wat door industrie-nabije media wordt uitvergroot om scherpe maatregelen tegen te houden.

Bangladesh komt in twee opinies bijzonder prominent naar voren. Enerzijds wordt de vooruitgang beschreven dankzij FCTC-implementatie en nationale wetgeving, inclusief plannen om e-sigaretten, vapes en nicotineproducten volledig te verbieden en CSR-activiteiten van de industrie aan banden te leggen. Anderzijds klinkt een waarschuwing: de invloed van de tabaksindustrie blijft groot, het land scoort slecht op het beschermen van beleid tegen lobby, en COP11 wordt gezien als test of Bangladesh werkelijk gezondheid en milieu boven commerciële belangen durft te plaatsen.

In de achtergrond speelt de boeren- en landbouwlobby een belangrijke rol. Artikelen van Tobacco Reporter, EU Reporter en The Week benadrukken de vrees van boeren in de Filipijnen, India en delen van Europa dat strenge COP11-besluiten hun bestaanszekerheid ondergraven. Gezondheids-ngo’s contrasteren dat met FCTC-verplichtingen om boeren naar alternatieve teelten te begeleiden, en wijzen erop dat industrie en exportbelangen decennialang geprofiteerd hebben zonder de maatschappelijke kosten te dragen.

Alles bij elkaar laten de berichten zien dat COP11 veel meer is dan een technische VN-vergadering. Het is een strijd om narratief en richting: wordt het verdrag gebruikt om de tabaksepidemie en nicotineverslaving versneld terug te dringen, met harde maatregelen tegen producten én producenten? Of slaagt de industrie- en harm-reduction-lobby erin het debat te verschuiven naar economische schade, boerenprotest en “innovatievrijheid”, waardoor beslissingen verwateren? De komende week in Genève zal duidelijk maken welke koers de wereld kiest.

Bronnen