Artsen, media en lokale overheden slaan alarm: jongeren komen nog te makkelijk aan vapes en nicotine, terwijl de handhaving tekortschiet.

De stroom berichten van de afgelopen weken laat een helder en verontrustend beeld zien. In Nederland en Vlaanderen groeit de onrust over het gemak waarmee minderjarigen aan vapes en andere nicotineproducten komen, ondanks het verbod op verkoop aan jongeren. Wat eerst nog kon worden afgedaan als losse incidenten, wordt nu steeds meer zichtbaar als een structureel probleem. Artsen, zorgmedia, opiniemakers, ouders en lokale bestuurders trekken aan de bel, omdat zij zien dat de praktijk volstrekt niet strookt met wat de wet beoogt. Jongeren blijken in veel gevallen nauwelijks te worden gecontroleerd, weten precies waar ze moeten zijn en kunnen nicotineproducten vaak nog gewoon in fysieke winkels kopen.

De kern van de recente berichtgeving is dat de verkoop aan minderjarigen niet incidenteel misgaat, maar op grote schaal onvoldoende wordt tegengehouden. Artsen zien ondertussen in hun spreekkamers wat dat betekent. Zij beschrijven jongeren die al vroeg verslaafd raken, lichamelijke klachten ontwikkelen en steeds moeilijker van nicotine afkomen. Daarbij gaat het niet alleen om afhankelijkheid, maar ook om verstoring van de hersenontwikkeling, concentratieproblemen en acute gezondheidsklachten. Het beeld dat vapen een onschuldiger of modieus alternatief zou zijn, wordt in deze artikelen juist hard onderuitgehaald. Steeds vaker wordt benadrukt dat nicotine een giftige en sterk verslavende stof is, zeker voor jonge gebruikers.

Wat in veel berichten terugkeert, is de frustratie over het gebrek aan effectieve handhaving. De wet verbiedt verkoop aan minderjarigen, maar in de praktijk blijkt dat onvoldoende af te schrikken. Jongeren vertellen dat er zelden om legitimatie wordt gevraagd en dat de drempel om een vape te kopen laag is. Artsen leggen de verantwoordelijkheid daarom nadrukkelijk niet alleen bij jongeren of ouders, maar vooral bij de overheid en het verkoopsysteem zelf. Zolang winkels zonder zware consequenties nicotineproducten kunnen blijven verkopen en zolang de controle zwak blijft, blijft de aanvoer naar jongeren in stand. Dat verklaart ook waarom de roep om strengere maatregelen steeds luider wordt.

Die oproep krijgt inmiddels meerdere vormen. Er wordt gepleit voor structurele controles, hogere boetes en sancties die echt pijn doen. Ook klinkt steeds vaker de eis voor een vergunningstelsel, zodat niet iedere ondernemer zomaar tabaks- en nicotineproducten kan verkopen en overtreders hun verkooprecht kunnen verliezen. Daarnaast groeit de druk om verkooppunten in de buurt van scholen verder terug te dringen. In de achterliggende gedachte daarvan zit een harde constatering: zolang nicotineproducten zichtbaar, bereikbaar en makkelijk verkrijgbaar blijven, zal een nieuwe generatie jongeren ermee blijven experimenteren en verslaafd raken.

Naast de landelijke discussie verschijnen ook lokale signalen die hetzelfde patroon bevestigen. In Borger-Odoorn is een campagne gestart om jongeren en ouders bewuster te maken van de risico’s van vapen. Zulke initiatieven laten zien dat gemeenten de gevolgen inmiddels ook lokaal voelen en niet willen wachten tot landelijke maatregelen effect sorteren. Tegelijk maakt juist die lokale inzet duidelijk waar het probleem zit: voorlichting alleen is niet genoeg. Verschillende opiniestukken en commentaren benadrukken dat jongeren best weten dat roken en vapen ongezond zijn, maar dat kennis hen niet beschermt wanneer verslavende producten overal beschikbaar zijn, aantrekkelijk worden verpakt en via leeftijdsgenoten en sociale media genormaliseerd blijven.

In sommige artikelen verschuift de aandacht nog verder van verslaving naar bredere gezondheidsrisico’s. Zo wordt ook gewezen op mogelijke verbanden tussen vapen en infectierisico’s, zoals de verspreiding van meningokokken. Daarmee krijgt het debat een extra laag. Het gaat niet alleen meer om een individueel gezondheidsrisico of om een slechte gewoonte, maar om een publiek gezondheidsvraagstuk waarbij kwetsbare jongeren worden blootgesteld aan producten die schadelijk zijn en die ondanks bestaande regels nog steeds eenvoudig circuleren. Dat vergroot de politieke druk om sneller in te grijpen.

De teneur van de recente berichtgeving is daarom scherp en eensgezind. Het probleem is niet dat er te weinig bekend is over de risico’s, maar dat de bescherming van jongeren in de praktijk tekortschiet. De wet bestaat, de waarschuwingen zijn helder en de signalen uit de zorg zijn concreet. Wat volgens artsen en andere betrokkenen nu ontbreekt, is de politieke keuze om handhaving en verkoopbeperking werkelijk serieus te maken. Zolang dat niet gebeurt, blijft nicotine voor kinderen en jongeren in feite te koop, en blijft het aantal nieuwe jonge gebruikers groeien.

Bronnen