Logo ACM

De ACM start een onderzoek naar Snapchat wegens mogelijke verkoop van vapes aan minderjarigen via het platform. Snap zegt mee te werken.

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft een officieel onderzoek gestart naar Snapchat, omdat het platform in Nederland op grote schaal wordt gebruikt voor de verkoop van vapes aan minderjarigen. Volgens artsen en jongerenwerkers is het schrikbarend eenvoudig voor jongeren om via het platform tientallen aanbieders te vinden die illegale e-sigaretten verkopen. Met een paar zoekopdrachten of via gedeelde contactlijsten op Snap Map en Stories kan een tiener al snel een hele reeks dealers bereiken, vaak met directe bezorging of afspreekpunten in de buurt. Deze signalen vormden de aanleiding voor een klacht die uiteindelijk leidde tot de start van het onderzoek.

De ACM onderzoekt of Snapchat zich voldoende houdt aan de verplichtingen van de Digital Services Act (DSA), een Europese wet die digitale platforms verantwoordelijk maakt voor de bescherming van gebruikers, en in het bijzonder van minderjarigen. Snapchat moet volgens die regels risico’s analyseren, maatregelen nemen tegen illegale handel en zorgen dat meldingen van verboden inhoud snel en effectief worden afgehandeld. Doet het dat onvoldoende, dan kan de toezichthouder zware boetes of dwangsommen opleggen.

Snapchat zelf benadrukt dat het verkoop van vapes verbiedt en actief optreedt tegen misbruik. Het bedrijf zegt filters in te zetten die bepaalde zoektermen blokkeren, verdachte accounts opsporen en advertenties met verboden producten weren. Toch erkennen ze dat geen enkel systeem volledig sluitend is en dat handelaren steeds nieuwe manieren vinden om de regels te omzeilen. Juist die schimmige dynamiek maakt platforms als Snapchat aantrekkelijk voor illegale verkopers: berichten verdwijnen snel, profielen zijn makkelijk aan te maken en toezicht is ingewikkeld.

Voor de ACM gaat het niet alleen om de vraag of Snapchat de juiste procedures op papier heeft, maar vooral of de maatregelen in de praktijk effectief zijn. Jongeren blijken immers nog steeds massaal toegang te hebben tot deze producten, ondanks de regels en toezeggingen van het bedrijf. Daarmee raakt het onderzoek een bredere discussie over de verantwoordelijkheid van sociale media bij de bescherming van kwetsbare gebruikers.

De uitkomst kan verstrekkende gevolgen hebben, niet alleen voor Snapchat, maar ook voor andere platforms die jongeren als doelgroep hebben. Als blijkt dat de huidige aanpak onvoldoende bescherming biedt, kan dit leiden tot striktere eisen vanuit Brussel en Den Haag. Het onderzoek vormt daarmee een testcase voor de manier waarop de Europese DSA in de praktijk wordt toegepast en gehandhaafd, en kan de standaard zetten voor hoe sociale netwerken in de toekomst illegale handel moeten bestrijden.

Bronnen